Over compactie, organische stof en het weer…

Het veld ondergaat een metamorfose, van grasland naar akker, klaar om beplant te worden. En omdat ‘nief patatjes’ toch zo lekker zijn was dat ook het eerste dat in de grond zat. Maar dan volgde een les in nederigheid. De bodem laat zich niet zomaar doen of kennen…

Na de maïs van vorig jaar, laat op het jaar en met zware machines geoogst, kreeg het veld een jong groen winterdekentje. Dat zorgde ervoor dat de grond niet bloot de winter door moest en het hield de boel wat bij elkaar. Maar ook niet meer dan dat. Want toen het perceel van de buren, met oud en stevig grasland al vroeg betreden en bemest kon worden, was ons veld nog wat fragiel.

Met regen wist het veld geen blijf- regelmatig stonden er plassen in de oude tractorsporen. Klassieke boeren ploegen om de compactie ongedaan te maken, ik werd verleid door het hoge gehalte aan organische stof in de bovenste laag en weigerde om het veld te (laten) ploegen. Ik vond dat de bodem en het bodemleven niet onnodig verstoord moest worden.

Maar dan kwam eind april. Op één dag de hoeveelheid de regen van een halve maand… Wat een heugelijke dag moest worden ( onder een stralende zon het veld inhuldigen met een vriendin die overkwam uit Amerika) werd een domper. Je nieuwe veld zo onder water zien staan is niet bevorderlijk voor het gemoed. De pieren zijn gevlucht en kunnen blijkbaar zwemmen- maar pattatjes kunnen dat niet… Afwachten maar wat daar nog van komt…