Allemaal beestjes

De start van de zomer was, euhm, intens. Al bij al heeft het veld de wolkbreuk goed verwerkt- en biedt ze nu een ongelooflijke weelde. De zomer is in het land als er tomaten en courgettes zijn! Ook voor mij komt er nu terug wat ruimte. Ik ben blij met de mentale ruimte- zo nam ik deel aan een interessante studiedag over “klimaat-adaptieve landbouw”. Praktijkonderzoek naar stroken met fruit tussen groenten en lokaal graan, aangepast aan de specifieke omstandigheden en eigenschappen van een bepaalde plek, om zo de cirkel rond te maken en de groenten van de juiste stalmest te kunnen voorzien. Boeiend !

Het allereerste bezoek van de bio-controleur aan het veld was ook boeiend. Fijn en constructief gesprek, met slechts een paar kleine werkpunten. Naast een jaarlijks bezoek volgen er ook onaangekondigde bezoeken. Het meest geruststellende was het staal dat ze onderzocht hebben: er werd geen enkel residu gevonden, oef. Vanaf volgend jaar mag ik de groenten “in omschakeling” noemen en dan zijn ze vanaf 2021 officieel BIO.

In het gesprek komen ook gewasbeschermingsmiddelen aan bod. Er wordt gekeken of de juiste vergunning aanwezig is, of de middelen veilig gestockeerd worden en of er een goede inventaris bijgehouden wordt van wat er wanneer gebruikt werd. Dat was makkelijk, ik heb nog niets (gebruikt). Ook in bio zijn er middelen die toegestaan zijn, maar als het niet nodig is gebruik ik ze liever niet. En dat zal de moeilijkheid zijn- wanneer is het nodig ?

Een mooi voorbeeld: ik verwijderde het insectengaas te snel van de Chinese kool. De nakomelingen van de knollenbladwesp zijn er blijkbaar verzot op, en ook de Azië-sla konden ze wel smaken.  Ongelooflijk hoe snel er zoveel kaal gevreten kan worden… maar ook ongelooflijk hoe plots alle (bastaard-)rupsen weer verdwenen zijn. Ik denk dat een familie kwikstaartjes goed gegeten heeft.

Een ander voorbeeld zijn de aardappelen die nog steeds afzien van larven van de Coloradokever. Hier geen natuurlijke vijanden maar mensenhanden die het proberen bij te houden. Regelmaat en nabijheid zorgden al voor heel wat mooie ontmoetingen: ook al zijn er geen natuurlijk vijanden voor de kever of de larven zelf, de larve van het lieveheersbeestje eet wel de eitjes. En de slachtoffers van de mensenhanden worden netjes opgeruimd door een hele diverse kuisploeg. Hoe jammer zou het zijn dat met de gevreesde larven ook al die helpers zouden verdwijnen.

Als consumenten toleranter zijn voor de “gaafheid” van hun groenten, dan hoeft een boer niet voor elk beestje te spuiten. En ik voel het vertrouwen om het toch ook pragmatisch aan te pakken, die balans, de keuze om in te grijpen of niet. Wat een diversiteit op het veld en wat een diverse en boeiende job.